










































Ieper, Kattenstad
Vraag een Ieperling naar zijn stad en de kans is groot dat die over katten begint, en dat is geen toeval. Vandaag kent iedereen de Kattenstoet, die om de drie jaar op de tweede zondag van mei door de straten trekt. Maar wie het verhaal van Ieper en de katten echt wil kennen, moet terug in de tijd. Naar een merkwaardig middeleeuws gebruik dat je vandaag nauwelijks nog zou geloven en waar geen enkele kat vrolijk van werd.
Pas op, kat van boven!
Het oudste spoor vinden we in een stadsrekening uit 1410-1420. Daarin noteerde een Ieperse klerk een uitgave “als de Catte gheworpen was”. Maar wat bedoelde hij? Hij verwees daarmee naar het jaarlijkse ritueel waarbij tijdens de grote jaarmarkt enkele katten van de Belforttoren werden gegooid.
Waarom de Ieperlingen dat deden? Dat weten we niet met zekerheid. Maar Ieper was zeker niet de enige plek waar de kat het moest ontgelden. Op veel plaatsen in Europa was ze kop van jut. Zo werden katten in Parijs op 24 juni, als startpunt voor het Sint-Jansfeest ter ere van Johannes de Doper, levend verbrand. In Schotland werden katten dan weer levend gekookt. Dichter bij huis in Wervik, hing men ze in kruiken aan een boom en sloeg men die kruiken stuk.
De kat had in de middeleeuwen namelijk een bijzonder slechte naam. Men bracht haar in verband met heksen, de duivel en andere kwade krachten. Wie een kat verjoeg, verjoeg ook het kwaad, alvast zo dacht men vroeger. En dat kwam in Ieper goed uit, want het kattenwerpen viel samen met de grote jaarmarkt. Handelaars uit heel Europa kwamen er samen om stoffen te bekijken, zaken te doen en nieuwe contacten te leggen. Met het verdrijven van de kat – en daarmee ook het kwade – hoopte men op een goede jaarmarkt en een voorspoedig jaar.
Een taaie traditie
Een kat zou negens levens hebben en dat geldt blijkbaar ook voor het kattenwerpen. Waar vergelijkbare rituelen elders verdwenen, bleef het gebruik in Ieper opvallend lang bestaan. Tijdens de Opstand, op het einde van de zestiende eeuw, schaften de protestanten het af. Ook in de achttiende eeuw lag het een tijd stil, wellicht onder druk van het Hollandse garnizoen. Maar telkens als het kon, gingen de Ieperlingen er met veel plezier weer mee door tot 1817. Dat jaar viel de laatste levende kat van de toren.
Pluche aan de macht
Na 1817 bleef er van de oude kattenfeesten alleen nog het beiaardspel op Kattenwoensdag over. Toen kwam de Eerste Wereldoorlog en lag Ieper in puin. Pas na de wederopbouw haalde men, onder impuls van burgemeester Jan Vanderghote, de oude traditie weer boven. Dit keer gelukkig met katten van pluche.
Op 13 maart 1938 was het zover. De dag begon al vroeg met een wielerwedstrijd, de Kattenkoers. Daarna klonk muziek door de straten waarbij een kleine stoet met stadsreus Goliath en de stadsnar trok naar het belfort. Onder trompetgeschal klom de nar naar boven, en hoog boven de Grote Markt gooide hij de zwarte katten naar beneden, onder een regen van rode en witte papiersnippers. De Kattenstoet was geboren. Toen nog klein, maar met veel goesting.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag het kattenwerpen opnieuw stil. Maar al op 17 maart 1946 stond de nar weer boven op de toren, en vlogen de pluchen katjes opnieuw de menigte in.
Van stoetje naar STOET
Een kleine optocht en wat vliegende katten… Leuk, vond Vanderghote, maar hij zag het groter. Hij droomde van een echte, volwaardige Kattenstoet. Toen Albert Dehem in 1954 burgemeester werd, nam hij niet alleen de fakkel over, maar ook die droom. Hij verzamelde een ploeg enthousiastelingen rond zich, onder wie Octaaf Mus, Daniël Merlevede, Adhemar Vandroemme, Antoon Vander Plaetse en kunstenaar Frans Van Immerseel. Van Immerseel tekende maskers en praalwagens, en voor maar liefst 1.500 figuranten werden kostuums gemaakt. Een hele stad was in de weer.
Op 6 maart 1955, de tweede zondag van de Vasten, was het zover: de eerste grote Kattenstoet. Naast Goliath stapte er een nieuwe reus mee, namelijk de zwarte kater Cieper. Ook Pietje Pek, de duivel, kon niet ontbreken. Na de stoet volgde de heksenverbranding op de Grote Markt, maar het hoogtepunt was de kattenworp vanaf de Belforttoren.
Burgemeester Dehem zag in de stoet dé hefboom om het verwoeste Ieper opnieuw op de kaart te zetten. De Kattenstoet moest bezoekers lokken alsook gasten en relaties op een aangename manier aan de stad binden. Voor Octaaf Mus ging het vooral om de Ieperlingen zelf. Na de oorlogsjaren wilde hij hun het echte “Iepers gevoel” teruggeven. Samen kostuums maken, samen repeteren, samen stappen: een gemeenschappelijk project dat mensen opnieuw met elkaar verbond.
Allebei kregen ze gelijk. Tot in de jaren tachtig was Ieper in België bekender om zijn katten dan om zijn oorlogsverleden.
De moderne Kattenstoet
Wat in 1955 begon, smaakte naar meer. Elk jaar opnieuw kwamen de katten dansend door de straten, en Ieper kon er maar geen genoeg van krijgen. In 1958 was het hele land in feeststemming voor de Wereldtentoonstelling in Brussel, en de Kattenstoet schoof sportief een paar maanden op. Zo kwam hij op de tweede zondag van mei terecht, toevallig of niet op Moederdag. Sindsdien vieren de katten en de mama’s hun feestdag samen.
In 1985 kreeg Ieper een wel heel bijzondere gast over de vloer: paus Johannes Paulus II. Dat jaar gaven de katten hem beleefd voorrang, maar het jaar daarop stonden ze weer klaar om te schitteren. In 1991 kwam er een nieuw ritme: de stoet van dat jaar was de laatste jaarlijkse en meteen de eerste driejaarlijkse editie. Drie jaar wachten lijkt lang, maar geloof ons: het is elke keer de moeite waard.
Intussen sloop de kat ook ongemerkt het hart van de stad binnen. In de middeleeuwen werd ze nog als boosdoener verjaagd, in de twintigste eeuw groeide de zwarte kat uit tot een van de symbolen van Ieper. Sinds 2021 kijken er bovendien drie stenen katten vanaf de Belforttoren op de Grote Markt neer. Een mooi eerherstel na al die eeuwen.
En de nar? Kijk maar eens naar boven op de Lakenhallen. Daar staat hij, verguld en blinkend, met een kat in de hand. Klaar om te gooien. Tussendoor blijft hij zijn worp oefenen, dus kijk goed omhoog bij de volgende Kattenstoet… Misschien vang jij wel een kat!
